Tickner
Tickner
Tickner

Over Teken

Teken zijn geen insecten zoals vlooien of luizen. Ze behoren tot de familie van de arachniden, net zoals spinnen of mijten. De levenscyclus van een teek bestaat uit vier fasen: ei, larve, nimf en de volwassen fase. De diertjes zijn bloedzuigende parasieten en om te overleven of de volgende fase van de ontwikkelingscyclus te bereiken, hebben ze een gastheer nodig. Teken halen hun voedsel uitsluitend uit gewervelde dieren, en maken daarbij geen onderscheid tussen mensen en dieren. Wanneer ze een prooi hebben gevonden, bevestigen de teken hun mondhaken in de huid, om het bloed rustig te kunnen opzuigen. Terwijl de teek zich te goed doet aan het bloed, wordt er speeksel afgescheiden waarlangs gevaarlijke ziekten, zoals FSME of de lymeziekte, kunnen worden overgedragen. Teken kunnen niet springen en dus enkel door lichaamscontact op hun gastheer geraken. Daarom bevinden de parasieten zich vaak in hoog gras. Dankzij een uitstekend reukorgaan op hun voorpoten kunnen ze hun prooi al van ver ruiken en zich "startklaar" maken.

Er bestaan twee grote tekensoorten: schildteken (Ixodidae) en lederteken (Argasidae).

Schildteken worden zo genoemd vanwege het harde schild dat ze op hun rug dragen. De kop en het monddeel zijn gemakkelijk te herkennen. Het schild bedekt bij een mannelijke teek de volledige rug, bij het wijfje, nimfen en larven slechts een gedeelte ervan. Schildteken kunnen tot 10 dagen op hun gastheer blijven zitten, en zijn in staat om tot 200 keer hun eigen lichaamsgewicht aan bloed op te zuigen. Ziekten zoals FSME, de lymeziekte of babesiosis worden door schildteken overgedragen.

Lederteken hebben een membraanachtig uiterlijk. Hun lichaamsvorm is ovaal, en hun kop en monddeel zitten verstopt onder het lichaam. Ze doen zich meestal te goed aan vogels of knaagdieren, maar ook mensenbloed bevalt hun wel. Lederteken vertoeven meestal in spleten in de grond of in muren, en in holten. In tegenstelling tot de schildteek hoeft deze tekensoort niet lang op de gastheer te blijven, om voldoende voedsel te kunnen opnemen. De volgende ziekten kunnen door lederteken worden overgedragen: Hiv, malaria of knokkelkoorts.